In dit artikel
Woordsoorten welke bestaan er allemaal
4 min. leestijd

Woordsoorten: welke bestaan er?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp

Al die woordsoorten… Is jouw kind al thuisgekomen met een waslijst aan nieuwe woorden, zoals zelfstandige naamwoorden of bijvoeglijke naamwoorden? Vind je het soms ook moeilijk om het verschil goed uit te leggen? Je vindt het namelijk als ouder belangrijk om jouw kind de juiste info te geven en ze op deze manier zo goed mogelijk te begeleiden.

Tal van woordsoorten, hoe begin ik eraan?

“Mama, papa wat is een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?”

Een vraag die je waarschijnlijk al hebt horen vallen. Je wil als ouder heel graag voldoen aan deze vraag maar het is toch al een tijdje geleden dat je deze leerstof gehoord hebt. En hoe leggen ze dit ook tegenwoordig uit in de klas? Kinderen zijn namelijk heel gevoelig aan het krijgen van een rechtlijnige en duidelijke uitleg, een volledig andere uitleg kan heel verwarrend worden.

Ik som voor jullie graag enkele verschillende woordsoorten op:

Lidwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, persoonlijk voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord, telwoord en voorzetsel.

En leg deze dan ook graag aan jou uit.

Wat is een lidwoord?

Lidwoorden zijn één van de kleinste woorden die er bestaan in de Nederlandse taal. We plaatsen deze steeds voor een zelfstandig naamwoord. Hieronder vind je de drie lidwoorden.

  • de
  • het
  • een

Wat is een werkwoord?

Een werkwoord is een woord dat een paar belangrijke eigenschappen heeft. Ten eerste geeft een werkwoord iets aan dat je kan doen, iets dat gebeurt of iemand die iets is. Ten tweede kan een werkwoord van vorm veranderen, dit naargelang het getal van de persoon. Bijvoorbeeld:

  • Ik loop op straat. (lopen, zoeken, verzorgen,…)
  • Kijk, het sneeuwt! (sneeuwen, regenen, waaien,…)
  • Sien is verkoopster. (zijn, worden, blijken,…)

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Een zelfstandig naamwoord is een woord dat in verschillende groepen verdeeld wordt, zoals mensen, dieren, voorwerpen, planten en eigennamen.

Wanneer jouw woord tot één van deze groepen behoort en je kan er een lidwoord voor plaatsen, kan je spreken van een zelfstandig naamwoord.

Enkele voorbeelden:

Zelfstandige naamwoorden

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Door het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden voegen we een extra dimensie toe aan het schrijven van teksten, verhalen, enz. Deze zorgen ervoor dat een tekst niet eentonig of saai wordt. Maar hoe herkennen we een bijvoeglijk naamwoord? Deze woorden staan vaak voor een zelfstandig naamwoord om deze te versterken. Ze geven vervolgens extra info over hoe het zelfstandig naamwoord is. Bijvoorbeeld:

  • mooie jongen
  • rode bal
  • fris weertje

Wat is een persoonlijk voornaamwoord?

Een persoonlijk voornaamwoord kan je herkennen aan een verwijzing naar zaken of levende wezens. Zonder dat je deze benoemt met hun naam. Welk persoonlijk voornaamwoord je gebruikt hangt af van verschillende factoren:

  • het getal van de persoon (1ste enkelvoud, 2de enkelvoud, 1ste meervoud,…)
  • het geslacht
  • onderwerp van je zin (naargelang het je onderwerp is of niet verandert je vorm)

Hieronder vind je een overzicht van de persoonlijke voornaamwoorden:

Persoonlijk voornaamwoord

Wat is een bezittelijk voornaamwoord?

Wanneer iets aangeeft van wie of wat het is, spreekt men over een bezittelijk voornaamwoord. Dit komt voor tussen een dier, persoon, organisatie en een zelfstandig naamwoord. Met andere woorden je spreekt soms over je bezit, zoals: mijn fiets of haar vader.

Hieronder vind je een schema van bezittelijke voornaamwoorden:

Bezittelijk voornaamwoord

Wat is een telwoord?

Telwoorden zijn woorden die een hoeveelheid aangeven of een bepaalde plaats in een rij. Denk maar eens aan een breuk zoals een vierde of twee derde, deze geven ook een bepaalde hoeveelheid aan. Enkele voorbeelden van een telwoord:

  • We zijn met vijf thuis.
  • Ik ben de eerste bij de loopwedstrijd.
  • Beide jongens heten Bram.

Wat is een voorzetsel?

Een voorzetsel zie je vaak in combinatie met een zelfstandig naamwoord. Ze geven een bepaalde positie t.o.v. je zelfstandig naamwoord.

Voorzetsels

Wanneer je twijfelt of het een voorzetsel is kan je soms gebruik maken van “de stoel”. Kan je jouw woord voor “de stoel” plaatsen en klopt dit dan ook, dan mag je spreken van een voorzetsel. Enkele voorbeelden:

  • op
  • tegen
  • onder
  • naast
  • voor

Een voorzetsel kan ook een betekenis hebben die met tijd te maken heeft zoals:

  • na een dag
  • binnen een week

En? Knallen maar?

“Ik zwem op zondag.” of “Ik zwem elke zondag in het nieuwe zwembad.”

Zoals je ziet bestaan er heel wat woordsoorten met elk een andere functie. Het geeft je telkens een meerwaarde bij het schrijven en zorgt voor een leuke samenhang in teksten.

Met deze info kan je opnieuw verder met het helpen van jouw kind, heb je vragen of wil je een ervaring delen? Doe dit gerust door onderaan een reactie te plaatsen.

Veel succes!

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Anderen bekeken ook
Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak van jouw kind een echte tafelkampioen!
Download onze tafel oefenwerkbladen.
Tafel Werkbladen | Het e-book De Tafelkampioen